Sporthond vs Diensthond - Kennel from Dutch Valley

Search
facebook like button
Go to content

Main menu:

Articles

Een sporthond is geen diensthond.

Nog altijd lijkt het voor te komen dat getalenteerde Sporthonden, die actief zijn binnen de IPO, KNPV of Ringsport worden ingezet als Diensthond. Met name en hoofdzakelijk een groot aantal beveiligingsorganisaties maken zich hier schuldig aan, en zelfs binnen de landelijke Politiekorpsen komt het nota bene voor dat Sporthonden als diensthond worden ingezet. In het buitenland lijkt het overigens nog een graatje erger te zijn. Daar wordt het op grote schaal zo toegepast ivm het tekort aan echte goede diensthonden. Indien een sporthond zonder degelijke voorbereiding wordt ingezet als diensthond kan er mogelijkerwijze een gevaarlijke situatie ontstaan voor de hond en zijn geleider. Immers is een sporthond niet opgeleid als diensthond en zal daarmee niet als zodanig zijn voorbereid op de situaties die een diensthond tegen kan komen in de praktijk. Een diensthond dient dus altijd een africhting als diensthond te hebben gevolgd, en geen africhting als sporthond.

De Term Sporthond vs Diensthond.

Laten we eens een blik werpen op de begrippen “Sporthond” en “Diensthond”. Wat komt naar voren als we de definitie van deze begrippen met elkaar gaan vergelijken? Bij het woord “sport”, denken we al gauw aan een competitie of aan spel en plezier, ook denken we daarbij aan tijdverdrijf. Bij het woord “Dienst” denken we echter onmiddellijk aan het woord “werken” in de zin van een serieuze aangelegenheid. Spel, plezier en competitie en tijdverdrijf passen hier dus absoluut niet bij. Een gevaar dat zich bovendien voor doet is dat sommige sporters de competitiedrang dermate belangrijk lijken te vinden waardoor het plezier in de sport in de loop der tijd van minder belang is geworden. Persoonlijk vind ik dit een uiterst kwalijke zaak!

Socialisatie.
Regelmatig zie je honden die thuis goed functioneren als gezinshond en daarnaast ook nog eens met succes worden ingezet als Sporthond. Deze honden zijn naast sporthond ook nog eens “part of the familie” en zijn veelal goed gesocialiseerd. Er zijn echter ook hondensporters die een hond puur en uitsluitend voor de sport houden en deze thuis niet in het gezin willen of kunnen opnemen. Een van de redenen waarom deze honden uitsluitend in kennel worden gehouden is vaak de gedachtegang dat deze hond daardoor, meer “werklust” zal kunnen ontwikkelen. M.a.w. de hond wordt in de kennel eigenlijk geremd in zijn beweging en acties, waardoor de hond tijdens de africhting al zijn energie zal ontladen tijdens het werken voor zijn baas. Ik noem dit ook wel, “ reload to power”. In mijn beleving heeft een getalenteerde hond deze “reload to power” methode natuurlijk niet nodig. Met een goede socialisatie heeft dit alles bovendien niets meer van doen. Deze honden ontwikkelen zich daarmee mogelijkerwijze dan wel tot iets meer werklustige sporthonden, maar worden daarmee natuurlijk niet betrouwbaarder naar hun sociale omgeving en kennen meestal niet veel meer als de kennel thuis en de sportplaats op de vereniging.
Een diensthond daarin tegen moet leven en werken in verschillende omgevingen en situaties en zal zich hierin ook stabiel en sociaal moeten kunnen gedragen. Een diensthond dient zich in ieder geval naar mens en dier sociaal te kunnen gedragen zonder daarbij overmatige Stress te vertonen. Hij moet dus zoveel mogelijk mee maken in zijn leven. Een dagelijkse opsluiting in een kennel zal aan deze vorm van socialisatie dan ook niet veel goeds kunnen bijdragen. De diensthond dient tevens een hechte band op te bouwen met zijn geleider. We zien dan ook vaak dat een diensthondengeleider zijn diensthond zelfs mee naar huis neemt waardoor deze band wordt versterkt.

Verschillen in bijtwerk en technieken.
Een sporthond word in eerste instantie getraind om in te bijten op de buit. Meestal gaat het bij deze buit om een mouw die duidelijk wordt aangeboden door een pakwerker. De bedoeling is dat de hond de beet hierop zo vol en rustig mogelijk probeert vast te houden, waarbij de pakwerker dreiging uitoefent met een (soft) stok en tevens enkele korte slagen uitdeelt op de voorgeschreven delen van de rug en schouderbladen van de hond. Eigenlijk is dit niets anders dan een buit georiënteerde oefening waarbij de hond zijn beet rustig en vol dient vast te houden. Op latere leeftijd van de hond zal de pakwerker tijdens het trainen meer dreiging en conflict opbouwen richting de hond, en zal de hond daarbij meer vanuit de verdediging moeten gaan werken en moet deze meer overtuiging en moed laten zien tijdens het gevecht om de mouw. Daarbij dient de beet wederom vol en rustig te blijven! De training op een volle en rustig constante beet word toegepast omdat hiermee in de sport goede punten mee verdient worden.
Wat deze volle, rustige en constante beet nu vanuit Biologische oogpunt met een overtuigende goede beet te maken heeft is mij tot op vandaag de dag nog altijd een raadsel gebleven!

We weten allemaal dat de hond van de wolf afstamt. En ik heb nog nooit een wolf een rustige volle eerste constante beet op zijn prooi zien zetten. Doet hij dit wel, dan kan dat voor de wolf zelfs het verschil maken tussen overleven of sterven mocht een prooi zich ineens omdraaien en een verdedigingsaanval openen op deze wolf! De Wolf die echter goed weet in te bijten, en tijdens zijn beet deze wild heen en weer schudt kan zijn prooi mogelijk beter verwonden. Bovendien geldt, als hij met een spitse beet toch goed weet vast te houden heeft hij duidelijk meer kracht in zijnbeet getoond en kan hij ook nog eens sneller omschakelen als er dreiging komt vanuit een ander hoek.
Een diensthond word dan ook geheel anders opgebouwd in zijn bijt werk. Rustig, vol en beheerst de beet vast houden is hier niet een vereiste. Hij mag zijn beet ook naar voren omzetten om deze verbeteren indien nodig. Hij wordt bovendien ook nog eens getraind om in te bijten op de plek waar het wapen zich bevindt, maar kan ook zelfstandig besluiten om op andere delen in te bijten zoals een been of waar dan ook. De diensthond zal dus mogelijkerwijze vanuit biologisch instinct een beslissing kunnen gaan nemen hoe hij het gevecht aan gaat bij een vluchtende boef. Stelt u zich nu eens voor dat een sporthond een dergelijke situatie beleeft waarbij een dader met een mes deze sporthond aanvalt. En dan moet de hond hierop handelen vanuit zijn buit georiënteerde ervaringen die hij heeft opgedaan in de sport? Dit is toch echt vragen om moeilijkheden. En laten we nou eerlijk zijn, wie heeft er nou al eens een vluchtende dader gezien die zich omdraait en een mouwtje aan biedt? Vele honden in de sport die normaliter uitstekende resultaten neer zetten tijdens het pakwerk weten niet meer wat ze moeten doen als de vluchtende dader zich niet omdraait en daarbij geen mouw laten zien, of zijn armen gewoon hoog boven zijn hoofd houdt.

Revieren vanuit routine
Een sporthond die heeft geleerd om verstekken te revieren heeft hoofdzakelijk geleerd om vanuit gehoorzaamheid, dus gestuurd door de geleider om het verstek te rennen. Oorspronkelijk is deze oefening bedoelt om de pakwerker op te zoeken in het verstek. Dit Revieren is een prachtig gezicht op het veld, maar helaas voor vele honden niets anders geworden dan slechts blindelings alle verstekken op juiste wijze af te rennen tot aan het laatste verstek toe waarin zich gegarandeerd de pakwerker bevindt. De motivatie voor de hond om te gaan revieren is dus veelal dat het slechts een weg betreft die naar het laatste verstek zal leiden. Vervolgens zal de hond, de pakwerker dicht aansluitend gaan aanblaffen wanneer hij deze heeft gevonden. Dit aan blaffen wordt na een bepaalde tijd dan veelal weer beloont middels een actie vanuit de pakwerker waarop de hond dan weer inbijt op de mouw. Met het werkelijk op zoek zijn naar een dader heeft deze oefening uit de sport weinig te doen, tenminste geldt dat zo voor het overgrote deel aan sporthonden. De hond gebruikt meestal niet eens zijn neus, maar reviert blindelings op aanwijzing van de geleider uit routine alle verstekken bij langs. Dit is allemaal goed voor de punten in de sport, maar lijkt in de verste verte niet op datgene wat een diensthond moet doen als hij een dader moet opsporen. Ik heb het al vele malen meegemaakt dat een hond gewoonweg vanuit zijn routine blindelings om bijvoorbeeld het derde verstek liep, terwijl zich hierin een pakwerker had verschuild. Deze honden hadden enkel nog oog voor het revieren om zo tot het laatste verstek te kunnen komen omdat ze daar de pakwerker verwachten.
Over het aanblaffen van de dader kan ik tevens kort en krachtig zijn. Leuk voor de sport maar niks voor een diensthond. Een gevonden dader die enkel zo wordt aangeblaft is een zeer onveilige situatie. Hoe eenvoudig is het wel niet voor de dader om deze hond dan alsnog neer te steken met een steekwapen? Indien een diensthond al dan wel een dader dient aan te blaffen, dan wel graag op een veilige plek en het liefst met bewaking achter de pakwerker.

Apelwerk
Binnen de sportafrichting zien we dat de honden veelal als een Robot naast hun geleider lopen. Een prachtig schouwspel van “dressuur in perfectie” dat weer goed is voor de punten. Met schouderblad op kniehoogte en de kop strak naar boven richting het gezicht van de geleider gericht, lopen deze honden geconcentreerd op lange duur in
deze houding, zonder zich af te laten leiden van wat er om hen heen gebeurt. De hond wijkt daarbij niet eens af van zijn positie, en sluit zelfs tijdens de wendingen van de geleider perfect aan op het linkerbeen van de geleider alsof hij er aan vastgelijmd zit. Stelt je dit eens voor bij een diensthond die word ingezet tijdens de patrouille tijdens bepaalde gevaarlijke omstandigheden. Deze hond moet juist alert zijn op zijn omgeving en tevens oog hebben voor zijn baas. Hij dient goed in de hand te staan bij de geleider, maar dient wel degelijk alles om zich heen waar te nemen en heeft daarvoor meer vrijheid nodig. Tenslotte is deze hond bedoelt voor de veiligheid en dus zal hij het moeten kunnen signaleren wanneer hij iets verdachts waarneemt.

Eindconclusie
Naar aanleiding van bovenstaande kunnen we het volgende concluderen.
Sporthonden hebben eigenlijk hun eigen plaats, en dat is in de sportwereld. Hetzelfde geld hier andersom natuurlijk weer voor de diensthond. Een diensthond behoort feitelijk niet ingezet te worden binnen de sport. Stel je voor dat deze diensthond ineens besluit om de vluchtende pakwerker op het been te stellen terwijl het toch echt de bedoeling is om de mouw te veroveren. Een sporthond is voorbereid op sportsituaties, en een diensthond dient voorbereid te zijn voor het werken in de praktijk. En dan hebben we het nog niet eens gehad wat een diensthond mee kan maken. Denk maar eens aan situaties op een gladde vloer, een open stalen trap, tijdens rook, vuur en diverse extreme weersomstandigheden, of bij grote een mensenmassa en bij harde extreme geluiden. Een sporthond is hier duidelijk niet op getraind, en dat mogen we niet vergeten. De geleider die met zijn diensthond bij een escalerende vechtpartij in een kroeg met zijn hond wordt ingezet moet altijd kunnen rekenen op zijn hond. De Hond moet dus klaar staan als het nodig is, ook als er stoelen en tafels door de lucht vliegen en een grote groep mensen dreigend op hem af komen. In die situaties wens je je zeker geen sporthond aan je zijde, maar heb je behoefte aan een diensthond die op dit soort situaties is voorbereid vanuit zijn training. Natuurlijk is het niet ondenkbaar dat sommige sporthonden dit soort situaties kunnen doorstaan, en ik realiseer mij dat ook degelijk dat ik bepaalde mensen met dit artikel voor het hoofd stoot, omdat zij andere ervaringen of belevingen hebben. De insteek van dit artikel is echter enkel bedoelt om duidelijk te maken dat een diensthond binnen onze samenleving is bedoelt voor de veiligheid. En een sporthond zal hier meestal niet aan kunnen voldoen omdat hij hier gewoonweg niet voor is opgeleid.
Ook honden uit de KNPV of de Ringsport zijn in mijn beleving honden die zonder degelijke diensthondenopleiding niets in de praktijk als diensthond te zoeken hebben.
De enige praktijkovereenkomst die een diensthond en sporthond gemeen hebben is dat ze beiden getraind zijn om te bijten, maar daar blijft het dan ook wel bij.

Auteur Robert Bakker©.

 
 
Back to content | Back to main menu