Driften en Co - Kennel from Dutch Valley

Search
facebook like button
Go to content

Main menu:

Articles

Driften en Co

Driften, wat zijn dat eigenlijk?

Iedereen heeft er wel eens van gehoord, en vooral mensen die honden trainen werken er mee. Een drift is voor de meesten mensen heel simpel een omschrijving van een bepaalde extreme gedraging. Dat het allemaal in werkelijkheid niet zo simpel ligt, probeer ik op verzoek van velen nu eens nader uit te leggen.


Een veelvoud aan soorten driften.
Als we de gemiddelde hondentrainer mogen geloven dan bestaan er dus een veelvoud aan diverse uiteenlopende soorten driften. Termen als jachtdrift, verdedigingsdrift, baldrift, meutedrift en vele andere benamingen worden veelvuldig gebruikt. Ze gebruiken het woordje 'drift' vooral om een bepaalde extreme gedraginging van de hond ermee uit te leggen. Ze koppelen het woord drift dus overal aan vast, zolang de gedraging maar extreem is waar te nemen. En zo onstaat er dus al gauw een enorme vrijheid aan interpretatie over het woordje 'drift'. Een hond die enorm veel speelt, heeft dus veel 'speeldrift' , en een hond die veelvuldig aan het konijnen jagen is, bezit dus kennelijk veel jachtdrift! Ieder vorm van een extreme gedraging lijkt zo een drift te zijn geworden.

Is een drift wel een gedraging?
Een drift wordt dus blijkbaar vooral gebruikt om een extreme gedraging uit te leggen. Maar is het wel zo juist dat het woord "drift" heel simpel een extreme gedraging omschrijft? Hondentrainers mogen zich dan wel zo uit drukken maar vanuit kynologisch opzicht slaan ze daarmee de plank volledig mis. Een gedraging is namelijk heel iets anders dan een drift. Een belangrijke kenmerk voor een drift is namelijk dat deze aangeboren is. Een gedraging hoeft helemaal niet aangeboren te zijn, maar kan zijn aangeleerd. Denk daarbij aan een hond die bedelt om een plakje worst. Had hij geleerd dat bedelen betekent dat ie in zijn mand wordt gestuurt, zou hij niet meer gaan bedelen. Een gedraging ontstaat dus vooral ook als gevolg van de lering (succesresultaat) die de hond heeft opgedaan tijdens een bepaalde situatie, en daaruit kunnen we concluderen dat een gedraging veranderlijk is. We kunnen een hond dus leren hoe hij zich zal kunnen gaan gedragen in een bepaalde situatie. Bijvoorbeeld door een neerwaatse beweging te maken met onze armen, moet de hond gaan liggen. En andersom zouden we de hond ook kunnen gaan leren om te gaan staan bij diezelfde neerwaatse beweging met onze handen. De gedraging op de situatie is hier dus veranderlijk door lering.
Als we nu eens gaan kijken naar een drift, dan zullen de meeste hondentrainers wel weten dat een drift niet in zijn geheel is weg te nemen, maar slechts kan worden bekrachtigt of te onderdrukt. Dit komt omdat een drift aangeboren is. Het is als het ware iets dat binnen in de hond vast verankert lijkt te zitten.

Wat is een drift dan wel?
Een drift is dus geen gedraging, maar hoe moeten we een drift dan wel omschrijven? Ik gaf het zojuist al even weer in de voorheen geschreven tekst. Een drift is een aangeboren en interne behoefte die van binnen in de hond zit die er voor zorgt dat de hond aangezet wordt tot een bepaalde aangeleerde/aangeboren gedraging. Wie deze laatste zin goed leest zit op de juiste weg met zijn gedachte. Hierin wordt namelijk duidelijk onderscheidt gemaakt tussen een gedraging en een drift. Een drift is dus de aanjager, een aanzetter tot, een soort van binnenste stemmetje die in de hond steeds op hetzelfde aanstuurt waarbij de hond de stem niet kan onderdrukken. Een gedraging is slechts het waarneembare resultaat die voorvloeit uit deze drift.
Een drift is dan niet weg te halen maar is wel gedeeltelijk te onderdrukken of te stimuleren/versterken. Dit stimuleren werkt overigens slechts tot een bepaalde hoogte/intensiteit, die op zijn beurt weer wordt bepaald door de aangeboren genetische hoeveelheid/aanwezigheid drift in de hond.  Zonder lering is deze gedraging dus min of meer afhankelijk van het genengoed dat de hond van zijn voorvaderen heeft meekregen, en wordt de gedraging die de hond zal laten zien n eerste instantie instinctief bepaald. Door lering zal het gedrag echter pas gaan veranderen. Met lering bedoelen we de ervaring die een hond heeft opgedaan tijdens een situatie. Pakt dit succesvol uit voor de hond zal hij waarschijnlijk een volgende keer tijdens diezelfde situatie gaan besluiten dat hij dit gedrag weer net zo gaat herhalen. Is de gedraging niet succesvol zal er mogelijk een andere gedraging uit kunnen ontstaan. Een hond leert dus door dat zijn gedraging goed of slecht voor hem uit pakt.

Reflexen en drift
Gedraging en drift zijn nauw met elkaar verbonden maar zijn dus absoluut twee verschillende zaken.
Dat een drift reeds aanwezig is zonder lering te hebben opgedaan bewijzen ons namelijk meteen de pas geboren pups.
Meteen nadat de pup geboren is en de moederteef de pup schoon likt zal een pup laten zien dat hij deze aangeboren drift bezit. De drift is in dit geval een aangeboren (buit)drift die de behoefte aanzet om op zoek te gaan naar de tepel van de moederteef om daar vervolgens te gaan drinken/zuigen. Bedenk daarbij dat pasgeboren pups niet kunnen horen, zien of ruiken. Deze zintuigen ontwikkelen zich pas rond de tweede week. Het enigste wat ze tot die tijd kunnen is krabbelen en een kopbeweging links/recht maken. Wie een pasgeboren pup observeert zal het niet kunnen ontgaan dat pups als het ware rond circelen in hun beweging. Zo komen ze altijd weer op hetzelfde punt terecht zonder dat ze het nest kwijt raken. Gebeurt dit onverhoopt toch, dan rest er niets anders dan te gaan piepen en zal de moederteef hulp kunnen bieden. Dat een pup dit alles niet kan hebben geleerd is duidelijk. Er is echter wel iets in die pup aanwezig die hem aanzet tot deze gedraging. Deze aanzetter of aanjager tot die gedraging noemen we dus een drift. Zou deze drift niet of nauwelijks aanwezig zijn zal de beweging naar het zoeken van de tepel niet of nauwelijks ontstaan. Fokkers die veel nesten hebben bestudeert kunnen beamen dat er soms pups geboren worden die niet of nauwelijk de aanzet hebben tot het zoeken van de tepel. Ze blijven haast levensloos liggen ondanks dat de moeder ze met likken aanzet tot bewegen. En dat terwijl de pup notabene honger moet hebben. Honger is dus ook geen drift! In principe kun je hier al stellen dat dit het moment al is om de intensiteit van de aanwezige drift te kunnen beoordelen. De intensiteit en de drang waarmee de pup zich namelijk beweegt naar de tepel om daar te kunnen gaan drinken/zuigen geeft aan hoe sterk de pup bedient is met driften. Hoe sterker, aktiever en beweeglijker de pup zich daar laat zien, hoe sterker dus de aangeboren drift. We spreken hier dus ook niet van een zuigdrift, hongerdrift of een krabbeldrift. We spreken hier slechts over de standaard aanjager die in iedere hond zit, namelijk de aangeboren buitdrift.


En wat is dan instinct?
Instinct is ook iets anders is als een drift. Instinct is namelijk de vastgelegde aangeboren reactie/gedraging die een hond laat zien zonder eerst lering te hebben opgedaan. Welke reactie de hond laat zien, wordt bepaald door het genengoed die een hond van zijn voorvaderen heeft mee gekregen. Wat een angstige hond vererft aan instinctmatige gedragingen zal iedereen wel duidelijk zijn. En andersom werkt dit meestal weer net zo. Sommige instinktmatige gedragingen zitten echter zo diep verankerd in de genetiek van een hond dat we liever spreken van instinctmatige reflexen die de hond niet kan onderdrukken. Dit zijn reflexen/bewegingen die door de natuur zijn voorgeprogrameerd omdat ze van levensbelang zijn. Denk daarbij als voorbeeld eens aan het moment dat de pup de tepel heeft gevonden. Daar zal hij iets laten zien wat iedere pup gelijk zal doen. namelijk, de pup  neemt de tepel in zijn bek en zal dan vervolgens middels een beweging met zijn tong, zeer snel op- en neergaand (ong. 20 x per seconde) melk proberen te ontrekken aan de tepel. Echt werkelijk zuigen is dit niet eens, ook al noemen we het wel zo. Het is veel meer een intensieve reflex met de tong die iedere pup heeft mee gekregen en vreemd genoeg ook moet uitvoeren. Onderzoek heeft namelijk aangetoont dat de intensiteit en de duur waarmee een pup deze reflexbeweging met de tong laat zien door de natuur prefekt is afgestemd op de hoeveelheid melk die een pup doorgaands de eerste weken nodig is. Tijdens een vergelijking van een drietal nesten van Bordercolllie's (honden met veel drift) werd het eerste nest bij de moeder groot gebracht, het tweede nest met de fles grootgebracht, waarbij de speenopening zeer klein was gemaakt, en het derde nest werd ook met de fles grootgebracht waarbij de speenopening zeer groot was gemaakt. Na een aantal weken werden de zuigreflexen van de nestjes met elkaar vergeleken door iedere pup simpelweg een duim te geven in de bek. Het nest dat bij de moeder was groot gebracht, vertoonde niet overmatig veel zuigreflexen. Het nest met de te kleine speenopening toonde nauwelijk nog zuigreflexen, en het nest met de te grote speenopening had enorm veel zuigreflexen. De hoeveelheid en de duur van de reflex is dus blijkbaar diep geregeld door moeder natuur. Bij te weinig benutten van deze reflexen op een te grote speenopening staat dit niet meer in verhouding met de hoeveelheid melk die een pup nodig is, en blijft de reflex aanwezig omdat de pup al vroegtijdig zat was. Lering door korter te drinken omdat de pup al vroegtijdig zat was had bovendien geen enkel effekt op de aangboren zuigreflex. De aangeboren reflexen moesten dus eerst volledig bevredigd worden voordat ze verdwenen. Nog een belangrijke waarneming bij het drinken is dat de voorpoten van de pup de huid rondom de tepel stimuleren, en ook dat lijkt een een instinctmatige reflex te zijn die niet onderdrukt worden kan. Geef je ze de fles, dan zien we dat de pootjes hetzelde gedrag vertonen in de lucht. Ze kunnen het gewoon niet laten. Het is allemaal voorgeprogrameerd. Op deze wijze wordt de huid rondom de tepel beter gestimuleerd om melk vrij te laten komen. De aanjager (behoefte) om de tepel meteen te willen op zoeken komt dus voort uit de buitdrift. De gedragingen die daarop volgens zijn instinctmatig omdat er geen lerign is geweest en de zintuigen van een pasgeboren pup niet werken. Sommige pups vertonen tijdens het schoonlikken door de moeder weinig beweging en komen moeizaam op gang. Soms blijft een pup zelfs zeer lang liggen en vertoont deze totaal geen drang om een tepel te gaan zoeken. Na verloop van tijd worden dit soort pups vaak aangelegd door de fokker. Dat hier echter meteen door de natuur al selectie wordt gemaakt mogen we eigenlijk niet vergeten. De wet van alleen de sterksten overleven en dat zijn de meest "driftige" honden, geldt ook hier al. Een pup die te weinig drift heeft, zal niet genoeg drinken, te weinig in gewicht toe nemen en na verloop van tijd zo zwak worden dat hij vervolgens zal sterven. Wie dit soort pups na een aantal dagen weer volledig probeert over te zetten van de fles naar de moeder zal merken dat de gewichtstoename toch te kort schiet en valt weer terug op de fles. Fokkers die dus dit soort pups bij de moeder steeds weeer gaan aanleggen of over gaan zetten op de fles gaan feitelijk tegen de wet van de natuur in en fokken dus daarmee geen krachtige honden met een gezonde portie drift. Diverse testen en onderzoeken hebben reeds aangetoont dat de pups die te weinig toe nemen meestal ook geen sterke honden worden. Normaliter hebben dit soort pups dus nauwelijks kansen om te overleven. Uitzonderingen bestaan er natuurlijk altijd, maar de stelregel is duidelijk. Dit blijven zwakke honden die later ook niets zullen toevoegen aan het juiste genengoed. Daarnaast mogen we niet vergeten dat de sterkere honden met meer drift op sociaal vlak vaak ook beter en stabieler kunnen zijn als ze volwassen zijn. Een hond die later veel agressie vertoont, is in het nest meestal ook niet de sterkere pup geweest. Zwakke pups zijn dus sociaal gezien als volwassene  vaak ook een zwakke hond en vertonen dus door angst eerder Agressie! Agressie en angst zijn immers nauw aan elkaar verbonden. En daarmee komen we meteen op het punt van een driftvorm waar al veel over werd gediscussieerd.
Namelijk de agressiedrift of verdedigingsdrift.

Verdedigingsdrift of Agressiedrift...
Om gelijk maar met de deur in huis te gaan vallen, open ik meteen maar met deze zin:
De verdedigingsdrift of agressiedrift is een fabeltje! Simpelweg om deze reden: Welke hond heeft nou van nature de innerlijk 'behoefte op agressie'? We hadden reeds gelezen dat driften bepaalde eigenschappen gemeen hebben. Namelijk dat ze aangeboren en een aanzetter zijn tot een gedraging vanuit een bepaalde innerlijke behoefte. En bij dat laatse punt wordt al meteen duidelijk dat verdediging/agressie geen drift kan zijn.

Ik heb nog nooit een hond gezien die van het niets uit zich zelf op staat, op iemand af loopt en deze eens even flink de tanden laat zien omdat ie de behoefte tot agressie blijkt te hebben. Geen enkele hond heeft " innerlijk behoefte" aan agressie. Agressie is slechts een antwoord op een situatie waarbij de hond angst heeft, in het nauw zit, of een conflict ondervindt waarbij hij geen oplossing meer heeft om er onderuit te kunnen komen. Normaliter is vluchten (vermijden) de meest eenvoudige en zekere oplossing, maar in sommige situatie's zal een hond over kunnen gaan tot agressie als hij niet kan of wil vluchten omdat dit voor hem van noodzakelijk belang lijkt te zijn. Van een behoefte kun je hier zeker niet spreken omdat het puur een situatie is waarbij het duidelijk dus ANGST is die dit gedrag op roept. Agressie is dus wel een gedraging, maar is zeker geen drift. We kennen allemaal wel de filmpjes waarbij een zogenaamde hondenfluitseraar alle agressie bij een hond weg lijkt te nemen. Het eerste wat deze hondefluisteraar in kwestie hier werkelijk doet, is feitelijk enkel de angst bij de hond weg nemen. Daar zit de start, en vervolgens na langdurige trainingen, zal de hond geen reden meer vertonen om agressie te laten zien, simpelweg dus omdat hij geen angst meer heeft en hij de situatie als normaal en zeker beschouwt. Africhters die dus graag agressie terug zien in een hond, mogen zich wel eens achter hun oren gaan krabben als ze er vanuit uitgaan dat agressie dus eigenlijk voort komt vanuit Angst. Daarmee begeef je je dus op glad ijs, want angst creëert geen stabiliteit op een gedraging. Tevens kun je stellen dat de honden die juist wel agressie nodig zijn tijdens het zogehete manwerken bij sporten zoals ipo mondioring of knpv, veelal een tekort koming hebben aan "buitdrift"! Zouden ze namelijk voldoende buitdrift hebben dan was agressie niet noodzakelijk geweest om het gewenste gedrag te gaan tonen tijdens bijvoorbeeld het aanblaffen of bijten op een pakwerker!

Sexuele Drift, of voortplantingsdrift...
We hebben dus de buitdrift reeds uitgelegd in voorgaande tekst.
Een andere vorm van drift is de aanzet en behoefte tot voortplanting, of terwijl de sexuele drift.
Alle eigenschappen om dit als een drift te gaan omschrijven zijn hier duidelijk wel aanwezig.
Zonder lering (dus reeds aangeboren), komt de "behoefte" naar boven en wordt de hond vanuit deze drift aangezet tot een gedraging om zicht voort te planten. Voortplantingsdrift of sexuele drift is dus geheel correct in deze benaming.
Daar we binnen de africhtingswereld buiten het fokken om niet al te veel doen met deze drift, zal ik hier niet al te diep op in gaan. Wel moeten we niet vergeten dat ook deze drift van puur levensbelang is. Namelijk, geen of nauwelijks drift om zich voor willen te planten, betekent dat de hond zich niet vermeerderen zal. Er bestaan zelfs diersoorten waar dit werkelijk een groot probleem is en deze zijn daardoor letterlijk met uitsterven bedreigt.


Prikkels...
Vanuit de kynologie weten we nu dat een drift altijd "aangeboren" is, en slechts versterkt of verminderd kan worden door lering. Zonder lering zal deze gedraging instinktmatig worden vertoont. Door lering kan de gedraging zich veranderen. Een drift zal dus ook kunnen worden aangesproken/opgewekt middels een prikkeling van buiten af. Driften worden versterkt (opgewekt) en kunnen worden onderdrukt, maar verdwijnen zullen ze nooit.
Dergelijke opwekkers die driften kunnen prikkelen zijn binnen de kynologie reeds uitvoerig bestudeerd. Wie wel eens iets heeft gehoord over de duitse term "endogene apetenzen en exogene Reize"  weet onmiddelijk waar ik het over heb. Ik zal hier niet al te diep op in gaan, want alleen al over dit thema kan namelijk wel een boek worden geschreven. Desalniettemin is dit een zeer belangrijk thema en kunnen we er niet omheen. Een opwekker is een externe prikkeling (exogene reiz) die er voor zorgt dat de innerlijke behoefte (endogene apetenz) aangesproken wordt. Hoe beter deze prikkeling past op de drift (=innerlijke behoefte), hoe intensiever de gedraging is die daaruit volgt. "Sleutelprikkels" (Schlüsselreize) noemen we deze. Ze passen als een sleutel in het slot en prikkelen maximaal waardoor de hond niet meer anders kan als vanuit zijn innerlijke behoefte een intensieve reactie (middels een gedraging) te gaan geven op deze externe prikkeling. Bepaalde zaken als een stok gooien of een bal gooien prikkelen bijvoorbeeld de buitdrift zo sterk dat de hond niets anders kan dan er achter aan te gaan jagen als een bezetene. Een bal kan dus een passende sleutelprikkeling zijn op de buitdrift van een hond. Sommige honden hebben een andere mate van aangeboren drift in zich. Daar kan een bal ineens geen sleutelprikkeling meer zijn, maar een plakje worst des te meer. Het heeft allemaal te maken met de wijze waarop de hond zijn genen heeft verervt van zijn voorvaderen. De mate waarop de hond lering heeft onttrokken uit deze prikkeling bepaalt weer de intensiviteit waarmee hij zijn gedraging laat zien. Heeft de hond succes uit zijn gedrag opgedaan, trekt hij hier lering uit en zal hij de volgende keer dit gedrag weer herhalen en zo mogelijk nog intensiever. Zo kun je een hond dus toch leren om met dat ene beetje drift toch aanspraak te gaan maken op zijn behoefte om een balletje na te gaan jagen. Echter de intensiteit waarmee hij dat zal gaan uitvoeren zal nooit kunnen tippen aan een hond met een hoge mate van aanwezige drift. Dat een hond lering trekt uit het pakken van een plakje worst behoeft geen uitleg, en ook dit gedrag kan intensiever worden door lering zodat hij zelfs de vingers van zijn trainer of baasje er gretig bij in de bek neemt. Dat je een drift natuurlijk tot een bepaalde mate kunt onderdrukken moge ook duidelijk zijn. Zorg ervoor dat er geen passende sleutelprikkels zijn en mocht de hond toch behoefte vertonen dan onderdrukt men dit door lering middels een negatieve ervaring (=geen succes). Daardoor zal de intensiviteit van dit gedrag onderdrukt worden omdat de hond hier lering uit trekt, immers leidt zijn gedraging niet tot succes.

En hoe zit dat dan met jacht-, bal- en speldrift?
De eerder genoemde gedragingen zoals spel/ bal. jagt drift zijn geen driften, ze doelen dus veel meer op een gedraging en zijn slechts verzinsels om een gedraging te benadrukken.
De gedragingen zoals jagen, spelen of een bal apporteren komen allemaal voort uit één en dezelfde behoefte, namelijk  het buit willen maken. En de intensiteit waarmee ze deze gedraging laten zien zijn dus bepaald en opgewekt door steeds dezelfde factoren, namelijk;  een bepaalde hoeveelheid buitdrift, externe prikkels, dan volgt daaruit een gedraging en daaruit ontstaat weer lering die vervolgens sturing zal geven aan het gedrag tijdens een volgende keer dat die situatie zich weer opnieuw voordoet! Vele trainers gaan voortdurend met hun uitspraken de mist in als ze weer een nieuwe variant aan drift hebben genoemd. Andere vormen van driften bij honden bestaan gewoonweg niet!!! Een hond is  gewoon een roofdier en daarmee dus een buitjager met de daarbij passende/behorende drift in zich, en dat mogen we niet vergeten.

Kort samengevat:
Een drift is niets anders dan een aangeboren behoefte die van binnen uit ontstaat of middels externe prikkelingen kan worden opgewekt, en vervolgens aanzet geeft tot een instinktmatige gedraging. Door lering kan deze gedraging zich veranderen, worden onderdrukt, gestimuleerd of worden versterkt.


Auteur: Robert Bakker te Uelsen. ©

 
 
Back to content | Back to main menu